< السورة السابقة | فهرس السور | السورة التالية >



حدد حجم خط الآيات
()


بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ لَآ أُقْسِمُ بِهَٰذَا ٱلْبَلَدِ ۝١

Ik zweer bij dit grondgebied,

وَأَنتَ حِلٌّۢ بِهَٰذَا ٱلْبَلَدِ ۝٢

En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;

وَوَالِدٍۢ وَمَا وَلَدَ ۝۳

En bij den vader, en bij het kind;

لَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَٰنَ فِى كَبَدٍ ۝٤

Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.

أَيَحْسَبُ أَن لَّن يَقْدِرَ عَلَيْهِ أَحَدٌۭ ۝٥

Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij.

يَقُولُ أَهْلَكْتُ مَالًۭا لُّبَدًا ۝٦

Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!

أَيَحْسَبُ أَن لَّمْ يَرَهُۥٓ أَحَدٌ ۝۷

Denkt hij, dat hem niemand ziet.

أَلَمْ نَجْعَل لَّهُۥ عَيْنَيْنِ ۝۸

Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.

وَلِسَانًۭا وَشَفَتَيْنِ ۝۹

En eene tong en twee lippen.

وَهَدَيْنَٰهُ ٱلنَّجْدَيْنِ ۝١۰

En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?

فَلَا ٱقْتَحَمَ ٱلْعَقَبَةَ ۝١١

En nog is hij de helling niet afgedaald.

وَمَآ أَدْرَىٰكَ مَا ٱلْعَقَبَةُ ۝١٢

Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?

فَكُّ رَقَبَةٍ ۝١۳

Het is: den balling te bevrijden.

أَوْ إِطْعَٰمٌۭ فِى يَوْمٍۢ ذِى مَسْغَبَةٍۢ ۝١٤

Of te voeden in de dagen van hongersnood.

يَتِيمًۭا ذَا مَقْرَبَةٍ ۝١٥

Den wees, die ons verwant is.

أَوْ مِسْكِينًۭا ذَا مَتْرَبَةٍۢ ۝١٦

Of den armen man, die op den grond ligt.

ثُمَّ كَانَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْمَرْحَمَةِ ۝١۷

Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en ieder ander volharding en mededoogen aanbevelen,

أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلْمَيْمَنَةِ ۝١۸

Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا هُمْ أَصْحَٰبُ ٱلْمَشْـَٔمَةِ ۝١۹

Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.

عَلَيْهِمْ نَارٌۭ مُّؤْصَدَةٌۢ ۝٢۰

Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.