< السورة السابقة | فهرس السور | السورة التالية >



حدد حجم خط الآيات
()


بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ إِذَا ٱلسَّمَآءُ ٱنشَقَّتْ ۝١

Als de hemel zal gespleten worden.

وَأَذِنَتْ لِرَبِّهَا وَحُقَّتْ ۝٢

Als hij zijn Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal:

وَإِذَا ٱلْأَرْضُ مُدَّتْ ۝۳

Als de aarde zal worden uitgestrekt,

وَأَلْقَتْ مَا فِيهَا وَتَخَلَّتْ ۝٤

En datgene, wat er in is, uitgeworpen zal worden, en zij ledig zal overblijven.

وَأَذِنَتْ لِرَبِّهَا وَحُقَّتْ ۝٥

Als zij haren Heer gehoorzamen, en diens bevelen uitvoeren zal.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلْإِنسَٰنُ إِنَّكَ كَادِحٌ إِلَىٰ رَبِّكَ كَدْحًۭا فَمُلَٰقِيهِ ۝٦

O mensch! indien gij oprecht arbeidt, arbeidt gij om uwen Heer te zien, en gij zult hem aanschouwen.

فَأَمَّا مَنْ أُوتِىَ كِتَٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ ۝۷

En degeen, wien hij zijn boek in de rechterhand zal hebben gegeven.

فَسَوْفَ يُحَاسَبُ حِسَابًۭا يَسِيرًۭا ۝۸

Zal zachtmoedig behandeld worden,

وَيَنقَلِبُ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ مَسْرُورًۭا ۝۹

En zal tot zijn gezin met vreugde terugkeeren.

وَأَمَّا مَنْ أُوتِىَ كِتَٰبَهُۥ وَرَآءَ ظَهْرِهِۦ ۝١۰

Maar hij wien men het boek zijner werken achter den rug zal geven,

فَسَوْفَ يَدْعُوا۟ ثُبُورًۭا ۝١١

Zal de vernietiging over zich roepen;

وَيَصْلَىٰ سَعِيرًا ۝١٢

Doch hij zal in de hel gezonden worden om verbrand te worden,

إِنَّهُۥ كَانَ فِىٓ أَهْلِهِۦ مَسْرُورًا ۝١۳

Omdat hij op aarde onbeschaamd te midden van zijn gezin zijne genoegens naleefde;

إِنَّهُۥ ظَنَّ أَن لَّن يَحُورَ ۝١٤

Waarlijk, hij dacht, dat hij nimmer tot God zou terugkeeren.

بَلَىٰٓ إِنَّ رَبَّهُۥ كَانَ بِهِۦ بَصِيرًۭا ۝١٥

Ja, waarlijk, God zag alles,

فَلَآ أُقْسِمُ بِٱلشَّفَقِ ۝١٦

Daarom zweer ik bij de roode kleur van den schijn van den zonsondergang.

وَٱلَّيْلِ وَمَا وَسَقَ ۝١۷

En bij den nacht, en de dieren, welke hij doet verzamelen.

وَٱلْقَمَرِ إِذَا ٱتَّسَقَ ۝١۸

En bij de maan, als die vol is.

لَتَرْكَبُنَّ طَبَقًا عَن طَبَقٍۢ ۝١۹

Gij zult zeker van graad tot graad overgaan.

فَمَا لَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ ۝٢۰

Wat scheelt hun dus, dat zij niet in de opstanding gelooven?

وَإِذَا قُرِئَ عَلَيْهِمُ ٱلْقُرْءَانُ لَا يَسْجُدُونَ ۩ ۝٢١

En dat zij niet aanbidden, als hun de Koran wordt voorgelezen?

بَلِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُكَذِّبُونَ ۝٢٢

Ja, de ongeloovigen beschuldigen dien van bedrog,

وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا يُوعُونَ ۝٢۳

Maar God kent de kwaadwilligheid wel, die zij in hunne borsten verborgen houden.

فَبَشِّرْهُم بِعَذَابٍ أَلِيمٍ ۝٢٤

Kondig hun dus eene vreeselijke straf aan.

إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَهُمْ أَجْرٌ غَيْرُ مَمْنُونٍۭ ۝٢٥

Behalve aan hen, die gelooven en goede werken doen; want voor hen is eene nimmer missende belooning gereed gemaakt.